Koop geen dure nummerplaten meer!

door Paul Huismans op 3 oktober 2019

Dat kopte de Haagsche Courant op 2 november 1936. De reden: de provinciale nummerbewijzen gaan verdwijnen.

N-247 Bron: Joost W.K. van de Ven
Brabants nummerbord (Bron: Joost
W.K. van de Ven)

Dit verhaal begint eigenlijk al veel eerder, want al in 1927 sinds er een nieuw Motor- en Rijwielreglement in werking is getreden studeert er een commissie op modernisering van de verkeersvoorschriften. Dat resulteerde in 1935 in een nieuwe Wegenverkeerswet. Maar daarmee was er nog geen Wegenverkeersreglement…

Eén van de voorgenomen maatregelen is een keuring van auto’s en, daarmee samenhangend, de invoering van een nieuw, landelijk systeem van “wagenbewijzen”. De KNAC adviseert autobezitters dan ook “geen groote bedragen meer aan fraaie uitvoeringen van nummerplaten te besteden, daar deze toch slechts een kort leven is beschoren.” Maar diezelfde organisatie dacht ook, dat er nog wel minstens een jaar mee gemoeid zou zijn. Een vooruitziende blik!

Protesten waren er ook. De Telegraaf maakt er op 10 november 1936 melding van: autobezitters moeten kosten maken voor nieuwe nummerplaten, de verzekeringspolissen moeten worden gewijzigd, douanedocumenten vervangen, enzovoorts. Maar voordelen ziet de krant ook: de politie kan in het nieuwe systeem gemakkelijker nagaan waar een auto thuishoort. De inning van belasting op motorvoertuigen kan eenvoudiger worden. Bovendien: “Ons nummerbewijzensysteem is onpractisch. Het geeft ook een zeer verkeerd beeld van het aantal motorrijtuigen in ons land: terwijl Noord-Holland en Zuid-Holland te zamen al bijna driehonderdduizend nummers hebben, zijn er in geheel het land nog geen tweehonderdduizend motorrijtuigen aanwezig.” En mogen de nummerplaten misschien kleiner worden? De provinciale platen zijn onhandig groot!

Schets nieuwe nummerplaat (De Telegraaf 10 feb. 1938)
Schets van de nieuwe nummer-
plaat (De Telegraaf 10 feb. 1938)

In februari 1938 komt De Telegraaf er nog eens op terug. Er zijn dan nog steeds geen uitvoeringsbepalingen voor de Wegenverkeerswet. Wel is er een systeem voorgesteld voor de landelijke kentekens: combinatie van letters en cijfers: bijv. AB-23-75. Die nummers zijn gemakkelijk te onthouden en – bijkomend voordeel - het aantal nummers zou dalen van 800.000 naar 200.000, want 600.000 nummers ‘slapen’. In de regel worden de provinciale nummerbewijzen namelijk niet overgeschreven op een andere eigenaar. Maar de commissarissen van de Koningin hebben de bevoegdheid daarop uitzonderingen te maken. En dat doen ze ook, maar per provincie heel verschillend. Er is daardoor zelfs handel ontstaan in lage nummers, want die hebben meer status!

Nog een jaar later gaat het verhaal verder. Het Utrechtsch Volkssblad schrijft op 20 maart over het nieuwe nummerbewijs: “Men behoudt de nummering in series, maar vormt series van vier cijfers. Er moeten dus veel meer letters komen. De provincieletters, die nu in gebruik zijn, blijven echter behouden. Aan de provincieletter voegt men een tweede toe voor elk tienduizendtal. Zal men dus van de kleine en dunbevolkte provincies, zoals Zeeland, Drente geen grote variatie van letters te zien krijgen, voor Zuid- en Noordholland, Gelderland en Noordbrabant zullen er wel enige series nodig zijn. (…) Als eerste letter geeft de wegenverkeersbeschikking slechts de elf letters, die thans in gebruik zijn, (…) voor de tweede letter komen een en twintig in aanmerking. De C, I, O, Q en V worden niet gebruikt. De R voor voertuigen, die tijdelijk hier te lande zijn en derhalve bij geen provincie, maar bij het Rijk ingeschreven, vervalt. Zulke voertuigen worden in het vervolg geacht te zijn ingeschreven in Zuid-Holland en zullen dus een combinatie met een H voeren.” Dit nieuwe systeem is uitgebreid getest door het Psychotechnisch Laboratorium van de P.T.T. in Den Haag.

Gebogen nummerplaat voor motor (foto: T. Herpers)
Gebogen nummerplaat voor motor
(foto: T. Herpers)

Toch werd ook dit nieuwe kenteken niet ingevoerd: er kwam een oorlog tussen en ook in de eerste jaren daarna had men wel iets anders aan zijn hoofd. Pas tien jaar later berichten de kranten weer over de kwestie: de KNAC heeft de minister van Verkeer en Waterstaat gevraagd om af te zien van de invoering van het landelijke systeem. De invoering zou 1,5 tot 2 miljoen gulden gaan kosten! Maar de minister bestrijdt dat en wijst het verzoek af. Voortaan zal er geen kenteken zijn als er geen goedgekeurd voertuig is. En dat scheelt, want in 1950 wordt het aantal voertuigen geschat op een kleine 260.000 bij 1 miljoen nummerbewijzen!

De provinciale letter is intussen geschrapt: er komt geen verband meer tussen het nummer en de woonprovincie van de eigenaar. Om een of andere reden begint men “ergens midden in het alphabet.” De invoeringstermijn, gesteld op drie jaar, werd uitgebreid naar vijf. Als eerste werden nieuwe auto’s van de landelijke kentekens voorzien, daarna “zal men geleidelijk overgaan, andere wagens (of motor)-bezitters op te roepen voor keuring en nummer-registratie.

Kaiser met landelijk kenteken, 1953 (foto: Fotopersbureau Het Zuiden. Coll. BHIC 1634-005845)
Kaiser met landelijk kenteken, 1953 (foto:
Fotopersbureau Het Zuiden.
Coll. BHIC 1634-005845)

Toen de invoering zowat een jaar onderweg was mopperde het Gereformeerd Gezinsblad, in navolging van de NRC, nog even na: een dure en nutteloze maatregel. Omdat je niet meer kunt zien waar een chauffeur vandaan komt is er minder verdraagzaamheid voor trage ‘vreemdelingen’. Bovendien heeft men de kans om administratieve vereenvoudigingen in te voeren laten liggen. De automobilisten missen de oude gezelligheid’ van de provinciale nummers... Maar een lichtpuntje is er ook: “De verkeersorganisaties komen aan deze behoefte tegemoet door het beschikbaar stellen van provincieaanduidingen. Waarmede wij maar willen zeggen, dat wij kennelijk niet alleen staan in onze gevoelens over de oude en nieuwe nummerplaten. Hetgeen dan weer een prettig gevoel is.

Ook in de 21e eeuw laten we graag weten waar we vandaan komen (foto: BHIC / Paul Huismans)
Ook in de 21e eeuw laten we graag
weten waar we vandaan komen
(foto: BHIC / Paul Huismans)

Bronnen

De Telegraaf 24 maart 1936, 10 november 1936 en 10 februari 1938
De Tijd 21 oktober 1950
De Volksvriend 3 december 1936
Gereformeerd Gezinsblad 6 december 1951
Haagsche Courant 2 november 1936
Het Parool 30 november 1949
Het Vrije Volk : democratisch-socialistisch dagblad van 25 augustus 1949 en 3 december 1949
Nieuwsblad v.h. Noorden 16 maart 1939 en 21 oktober 1950
Utrechtsch Volkssblad - sociaal-democratisch dagblad van 20 maart 1939

Door bezoekers

Eerste landelijke nummerplaat
Eerste landelijke nummerplaat

Op 1 januari 1951 werd het eerste kenteken uit het nieuwe systeem, ND-00-01, uitgegeven aan de eigenaar van deze Ford Taunus, J.K.Leyen, directeur van het Verbond van Verenigingen van Veilig Verkeer.

Reageer