N-435

Uitgegeven in 1906

F.J.M. Colson

Ginneken en Bavel verstrekt 1906

H.A. Koomans

Ginneken en Bavel

H.A. Koomans

Baroniestraat 124b Ginneken en Bavel

Door bezoekers

F.J.M. Colson was de wonderdokter van het Ginneken/Breda overleden in 1911.

Na de dood van mijn moeder in 1931 verhuisde mijn vader naar het Boschhuis in Ulvenhout. Een geheim zinnig huis omgeven door een dichte heg. Wij hadden daar vlakbij gespeeld toen mijn moeder nog leefde. Mijn oudere broer Piet zei toen, dat daar de heks uit het sprookje woonde. Mijn vader en ik gingen daar eerst poolshoogte nemen en kwamen in een donkere kamer met de luiken gesloten. Deed ik de luiken open of mijn Vader. Wij schrokken ons k.
Een groot paard stond daar in kamer. Het paard van de gestorven generaal Fabius. Geen electrisch licht, geen waterleiding en de w.c. waar ik niet op durfde zitten, bang, dat er wat uit zou komen in plaats van erin. Het meest vrmde vond ik nog de houten blauw geverfde vloer, die groen werd toen vader de petroleum lampaan deed. (Kan ook andersom. In de tuin een houten grote hut met trap omhoog. Wij vonden daar de meest interessante papieren.
huisje. Daar had de wonderdokter Colson gewoond met een aapje zei men. Het was een griezelig huis. In bed hoorden we getrippel van de ratten. Onze hond apporteerde vaak zo'n beest aan mijn vader's schoenen. Wij kregen vaak dienstboden aan de paardendeur en als die ons zag op de trap gezeten, wachtend op het nieuwe meisje, vetrok deze met de wachtende auto. Het meest gekke was, dat de Pinda man zich wel waagde aan de poort met de scheepsbel. In de tuin ook nog een vijver. Piet had zelfs de badkuip naar de vijver kunnen slepen en te water kunnen laten, maar bleef in de modder steken. Heel veel zou ik nog kunnen schrijven. Met mijn Vader beleefde je wat.

Reageer