Hoe koop ik een Citroën?

De auto van Jos Mannaerts

door Frans Kense op 11 mei 2016

 Wikimedia Commons)

Jos Mannaerts en zijn Citroën

‘Minder bekend is dat hier in Tilburg één van de eerste Citroën-auto’s rondreed. Die werd tijdens de Parijse autosalon in oktober 1919 bij André Citroën besteld door de Tilburger Jos Mannaerts (mijn opa). Omdat de Citroën nog geen verkoopkanaal had in Nederland, trok Jos Mannaerts de stoute schoenen aan en ging er zelf een uitzoeken in Parijs. Hij viel voor een blauw exemplaar van het type Torpedo. Hij mocht een proefrit maken, gezeten naast een chauffeur in livrei. Thuis werd snel het afgesproken voorschot overgemaakt, waarna op 15 november 1919 schriftelijk bevestiging van Citroën werd ontvangen onder dankzegging en met de geruststellende verklaring dat de order met grote zorg zou worden uitgevoerd binnen een levertijd van zes maanden. De levering vond in april 1920 plaats. De auto werd in een kist thuis afgeleverd met de wielen er los bij. Toen alles in elkaar was geschroefd en er een blik benzine in was gegooid kon de opmars van Citroën in Nederland beginnen.’

Bron: Karel de Beer, Tilburg; oktober 2009

De heer J.H.C. (Jos) Mannaerts (1886-1983) was een succesvol schoenfabrikant. Hij kreeg het nummer N-2733 in de loop van 1915 en heeft dat nummer verder gehouden. Volgens de familie-overlevering is hij het merk Citroën niet trouw gebleven, maar kreeg hij vervolgens een Buick, een Mercedes en een Ford als N-2733.

Citroën Torpedo 1919. (foto Lars-Göran Lindgren. Bron Wikimedia Commons Citroën

De creatieve technicus André Citroën (1878-1935), stamde uit een Nederlands-joodse familie. André's grootvader heette Limoen (of Limoenman) en kwam uit Nederland. Hij was een eenvoudige juweliersknecht, wiens schoonvader de naam Limoen/Limoenman maar niets vond. Citroen leek hem beter. Zijn zoon, Levie Citroen, een diamanthandelaar uit Amsterdam, verhuisde met zijn vrouw in 1873 naar Parijs, waar André in 1878 geboren werd. André's schoolmeester zette uiteindelijk het trema op de e in Citroën.

Na de Eerste Wereldoorlog oorlog startte André Citroën met zijn autofabriek onder de eigen naam "Automobiles André Citroën SA", kortweg Citroën. In 1919 liep de eerste Type A van de lopende band, tegen een voor die tijd revolutionair lage prijs. De eerste auto, de Citroën type A, geïntroduceerd in 1919 die ook Jos Mannaerts gekocht heeft, had een viercilindermotor, een topsnelheid van 65 km per uur en een verbruik van 1 : 13. Binnen een jaar produceerde Citroën 10.000 auto’s.

Dealers

In 1920 werd de firma John Moos in Haarlem de officiële Citroën-importeur voor Nederland. Toen werd er geadverteerd met twee modellen:

  •   2-3 persoons “Conduite Interieur’, met Hollandse carrosserie, kleur naar wens f 4.950,-
  •   4 pers. ‘Sport-Torpedo’, geheel compleet f 4.150,-

Met een kostenberekening:

  • ‘Benzineverbruik 8 liter per 100 KM f 4,00

  • Olieverbruik ¼ liter per 100 KM f 0,30

  • Bandenverbruik per 100 KM f 2,00

  • Totaal bedrag per 100 KM f 6,30
  • Dus 6,3 cent per kilometer.’

Maar ook met de waarschuwing: ‘Citroen AUTOMOBIELEN buiten de Importeur om, in ons land ingevoerd, worden niet door de fabriek gegarandeerd, en waarschuwen wij tegen deze aankoop.’ Er waren dus blijkbaar meer ondernemende Citroën-liefhebbers.
In 1924 waren er 26 officiële Citroën-subagenten in Nederland, met in Brabant: Fa. A. Giezen in Breda en Fa. Van der Dungen in Oisterwijk.

Kenteken bij dit verhaal

N-2733

Door bezoekers

Noot 1): mijn opa was niet zo van snelle veranderingen, dus of alle genoemde latere auto's ook nog zijn persoonlijk kenteken hebben gekregen durf ik niet te zweren. Noot 2): opa bewaarde zorgvuldig de correspondentie met André Citroën, totdat hij die afstond aan dhr. Riemer van het IVA in Driebergen die dit onderbracht in een museum dat hij had opgezet in zijn instituut. Nadat dit was opgeheven kwam het dossiertje via een veiling terecht bij een journalist die er een artikel over schreef in de Citroën krant nr. 5 van 2004.

@Karel de Beer. Als uw opa zijn nummerbewijs niet heeft ingeleverd is het kenteken waarmee hij zijn auto's of motoren reed steeds hetzelfde geweest. Als je een nieuw voertuig kocht, dan verhuisde het nummer gewoon mee. Dit systeem is afgeschaft in 1951, maar nog tot 1956 hebben er rondgereden met die provinciale nummerplaten. En wat jammer dat het dossiertje van uw opa zo is gaan zwerven...

Met vriendelijke groet.

Dank je wel, Catherine!

Reageer