In 1939 kocht de gemeente van Dinteloord een tweedehands Ford V8 vrachtwagen uit 1936 waarop de oude motorspuit werd opgebouwd en welk onder dit nummer ging dienst doen. In 1943 bleek dit geen gelukkige combinatie te zijn. Dus in 1944 kreeg de firma Geesink uit Weesp de opdracht deze wagen om te bouwen tot een nieuwere gesloten autospuit. Het geheel kwam pas in 1946 terug in Dinteloord om opnieuw dienst te doen als de plaatselijke autospuit.
Hebben ze dan al die tijd zonder brandspuit gezeten, Louis? Dat lijkt me niet ongevaarlijk.
Zeker, wat ze precies tussen 1944 en half 1945 hebben gehad. Is niet duidelijk. Na de bevrijding van dit deel van Nederland, verkreeg men een motorbrandspuitaanhanger via het Rijk. Na de levering van de vernieuwde autospuit, ging deze terug naar het Rijk.
O ja, tijdens en kort na de bevrijding werd de verdeling van o.a. brandweerwagens vaak centraal geregeld, hé. Wat dat geweest is zal uit een andere bron moeten blijken.
In 1939 kocht de gemeente van Dinteloord een tweedehands Ford V8 vrachtwagen uit 1936 waarop de oude motorspuit werd opgebouwd en welk onder dit nummer ging dienst doen. In 1943 bleek dit geen gelukkige combinatie te zijn. Dus in 1944 kreeg de firma Geesink uit Weesp de opdracht deze wagen om te bouwen tot een nieuwere gesloten autospuit. Het geheel kwam pas in 1946 terug in Dinteloord om opnieuw dienst te doen als de plaatselijke autospuit.
Hebben ze dan al die tijd zonder brandspuit gezeten, Louis? Dat lijkt me niet ongevaarlijk.
Zeker, wat ze precies tussen 1944 en half 1945 hebben gehad. Is niet duidelijk. Na de bevrijding van dit deel van Nederland, verkreeg men een motorbrandspuitaanhanger via het Rijk. Na de levering van de vernieuwde autospuit, ging deze terug naar het Rijk.
O ja, tijdens en kort na de bevrijding werd de verdeling van o.a. brandweerwagens vaak centraal geregeld, hé. Wat dat geweest is zal uit een andere bron moeten blijken.
Reageer