Noodkreet van de Brabantse industrie

Vorder geen wagens van onze leden

door Redactie op 4 mei 2022

In 1944-1946 was in het bevrijde deel van Nederland het Militair Gezag (MG) actief. De taak van het Militair Gezag in bevrijd Nederland was drieledig. In de eerste plaats was het Militair Gezag handhaver van de openbare rust en orde. Verder was het belast met het onderhouden van de verbindingen tussen de Nederlandse civiele organen en de geallieerde legerautoriteiten. Ten slotte fungeerde het als voorpost van de Nederlandse regering.

Brief van de fabrikantenkringen (BHIC, archief Militair Gezag)
Brief van de fabrikantenkringen (BHIC, archief Militair Gezag)

Omdat vervoermiddelen schaars waren werden er veel auto's gevorderd. Niet alleen voor het MG zelf en de Binnenlandse Strijdkrachten, ook anderen deden een beroep op de organisatie om een auto ter beschikking gesteld te krijgen. Of juist om ze zelf te mogen blijven gebruiken. Op 15 december 1944 schreven de fabrikantenkringen in het bevrijd gebied een brief aan de Chef Staf van het Militair Gezag. Daarin deden ze de oproep om de industrie te ontzien bij het vorderen van auto's. De brief luidt als volgt:

DE SAMENWERKENDE FABRIKANTENKRINGEN TE 's-HERTOGENBOSCH; EINDHOVEN, TILBURG, BREDA, WEST-BRABANT, HELMOND, OSS, NIJMEGEN, MAASTRICHT, ZEELAND (KON. MIJ. DE SCHELDE).
Secretaris :
Mr. J.C. van Sandick.

Eindhoven, 15 December 1944
Tongelreschestraat 29

S P O E D
Zeer urgent

AAN DEN CHEF STAF MILITAIR GEZAG

AUTO-VORDERINGEN
Gisteren had te Eindhoven Een gecombineerde vergadering plaats van de Besturen de Fabrikantenkringen uit 's-Hertogenbosch, Eindhoven, Tilburg, Breda, West-Brabant, Helmond, Oss , Nijmegen, Maastricht, Zeeland (Kon. Mij. de Schelde), waarbij als gasten aanwezig waren Mr.Dr.A.A. van Rhijn, Majoor v.d. Wall Bake, Jhr.Dr. W.J.J. de Muralt, Tijdelijk Rijksbemiddelaar, en Mr. H. van Blankenstein, Sectie Economische Zaken Staf Militair Gezag.
Qp deze vergadering kwam ook ter sprake de autovorderingen door Militair Gezag. De vergadering besloot unaniem met grooten klem er bij U op aan te dringen dat van de industrie geen auto's zouden worden gevorderd, noch vrachtauto's , noch personenauto's. Ter ondersteuning van ons verzoek mogen wij U op het volgende wijzen.
Het industrieapparaat in Bevrijd Nederland is over het algemeen volkomen in tact, in tegenstelling met het verkeersapparaat. De industrie is dus paraat om weer te gaaan werken (voorzooverre dit niet reeds ten deele geschiedt), het wachten is slechts op stroom e.d. Dat het industrieapparaat in Bevrijd Gebied in tact is, is van het grootste belang niet alleen voor dit gebied, maar  ook voor het thans nog bezette Nederland. Het is zeer wel mogelijk dat het thans nog bezette Nederland in de eerste tijden volkomen zal moeten steunen op het industrieapparaat van het thans Bevrijde Nederland, doch ook voor het Bevrijd Gebied zelf is het van het grootste belang, zoowel uit economisch- als uit sociaal oogpunt, dat dit industrieapparaat zoo krachtig mogelijk zij.
Hiervoor is het echter ook noodzakelijk, dat de industrie over een verkeersmiddel, zooals de auto thans meer dan ooit is, beschikt. Zonder auto's kan de industrie en kunnen de Directies der bedrijven niet werken. Men denke aan het thans meer dan ooit noodzakelijke contact met overheidsinstanties elders, zooals Rijksbureaux, met bedrijfsgenooten en andere industrieelen, de werkzaamheven als leden van den Raad van Bijstand bij Rijksbureaux waarin het betrokken lid veelal een geheele bedrijfstak vertegenwoordigt, waarmee contact moet worden onderhoudten, bezoeken van plaatsen elders om weer op gang te komen; men denke voorts ook aan verspreide opslagplaatsen e.d., b.v. in het houtbedrijf.
Voor een en ander is meer dan ooit een auto noodig, temeer naarmate Nederland verder bevrijd wordt en het contact ook met die streken noodzakelijk wordt, juist ook terwille van die gebieden.
Thans ziet men _\gebeuren dat de auto's door Militair Gezag worden opvorderd, terwijl het zeer moeilijk is een rijvergunning
te verkrijgen.
De industrie van het Bevrijd Gebied moge met allen ernst en nadruk er op aandringen dat bij de industrie geen auto's worden gevorderd, en voorzoover dit reeds geschied is, deze worden teruggegeven.
Er zijn reeds gedurende de bezetting legio auto's, vooral in den laatsten tijd, gevorderd en weggeroofd. De winige auto's die er nog over zijn, zijn dikwijls met groot risico verborgen gehouden

Het treft de industrie dan ook zeer, indien de weinige auto's die thans nog over zijn, nu door Militair Gezag zouden worden gevorderd. Indien Militair Gezag voor welke doeleinden dan ook auto's noodig heeft, dan moet het toch mogelijk zijn dat deze van Geallieerde zijde worden verschaft. Het betreft hier dan toch ook een kwestie van legeruitrusting, waarbij het toch minder juist schijnt dat men zich werpt op het toch reeds zoo berooido Nederland en op vrijwel de eenige bestaansbron die althans in Bevrijd Gebied in tact is, te weten de industrie.

Brief van de fabrikantenkringen (BHIC, archief Militair Gezag)
Vervolgpagina van de brief

Het is ons bekend dat men thans zeer spaarzaam moet zijn met het geven van rijvergunningen, in het bijzonder omdat hieraan vastzit het geven van benzine. Welnu, ook indien men niet aan alle aanvragen der industrie om een rijvergunning terstond kan  voldoen, zoo behoeft dit nog geen motief te zijn, de auto's waarvoor nog geen rijvergunning is gegeven, op te vorderen, waardoor voor onbepaalden tijd de industrie van auto's beroofd zal zijn en deze zal missen juist op het moment dat deze het hardste noodig zijn.

Daar het hier een ui uitermate urgente kwestie betreft, daar de vorderingen in vollen gang zijn, hoopt de Nederlandsche
Industrie in Bevrijd Gebied dat door U terstond nieuwe richtlijnen zullen kunnen worden gegeven, waarbij met het bovenstaande
rekening gehouden wordt.

Met de meeste hoogachting,
in opdracht der
SAMENWERKENDE FABRIKANTENKRINGEN VAN BEVRIJD NEDERLAND
(mr. J.C. van Sandick)
Secretaris

Maar bij de Provinciaal Militair Commissaris in Noord-Brabant - in wiens archief deze brief zit - waren ze aan het verkeerde adres. Ter kennisname, staat er op de brief geschreven en: wordt elders behandeld. Op het stempel staat nog: in behandeling bij sectie VII. Sectie VII was het onderdeel van het Militaire Gezag dat zich met transportaangelegenheden bezighield.

Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, toegangsnummer 127 Militair Gezag in Noord-Brabant, 1944 - 1946, inventarisnummer 258, scan 123 en scan 124

Door bezoekers

Reageer