Mijn vader de handelsreiziger

door Theo Stevens op 4 januari 2016

Van 1930 tot 1937 woonden wij in Bergen op Zoom aan de Oude Stationsweg. Mijn vader had een agentuur- en commissiehandel en hield zich bezig met de verkoop van grote en kleine land- en tuinbouwmachines en veevoeders. Zijn afzetgebied was de provincie Noord-Brabant. De machines betrok hij van de firma Reesink uit Zutphen met een zijsprong naar de plaats Vaassen voor bascules.

Om de twee jaar kocht hij een nieuwe auto, waarbij Chevrolet op de eerste plaats stond, daar de Ford olie verloor en verbruikte. Om benzine te tanken bestonden toen weinig mogelijkheden. Men had bijvoorbeeld een pomp te Bergen op Zoom en de volgende stond dan in Roosendaal. Voor zelfstandig repareren van kleine mankementen had men een zware BACO-sleutel.

Wanneer mijn vader naar het oosten van de provincie Brabant reisde was hij enkele dagen onderweg. Hij logeerde dan in Helmond in een hotel aan de Markt. Hij bewerkte vandaaruit de Peel tot aan de plaatsen Deurne en Venray. Het is een keer voorgekomen dat hij merkte dat het benzinepeil te laag was om zonder bij te tanken Helmond nog te kunnen bereiken. Gelukkig zag hij in een boerderijtje in de Peel licht branden. Het was tegen de avond en op goed geluk ging hij erheen en vroeg, nadat hij de situatie had uitgelegd, de bewoners of zij een kan “petroleum” konden missen. Tot zijn verbazing echter konden zij hem niet helpen. Waarop mijn vader wees toen naar de brandende olielamp in de keuken: “Die brandt toch ook op petroleum?” “O, bedoelt u bronolie?” Toen was de zaak gauw opgelost en kon mijn vader verder reizen naar zijn hotel in Helmond.

Wij hadden een herdershond. Aan de achterzijde van het huis aan de Oude Stationsweg was een open balkon, dat via een open trap te bereiken was. De hond werd altijd onrustig als mijn vader enkele dagen weg was geweest en huiswaarts keerde. Wanneer mijn vader voor de spoorbomen (schuiven) stond aan de Bredase- en Wouwseweg, stond hij op de open trap over de schutting uit te kijken, tot mijn vader weldra arriveerde.

Persoonlijk ben ik heel vaak, als kleine jongen, met mijn vader mee gegaan, daar ik een jaar moest wachten om toegelaten te worden voor de grote school. Op 1 september diende men volgens de wet zes jaar te zijn, maar mijn verjaardag was op 9 september. Dus werd ik niet toegelaten voor dat lopende schooljaar.

[Aanvulling van de redactie]

Rijden zonder vracht vindt geen eigenaar leuk, maar in de oorlog moest je zelfs een machtiging vragen voor een “ledige rit”. Helaas zijn de formulieren niet gedateerd, maar aan het formulier is te zien, dat het in 1943 is ontworpen.

Kenteken bij dit verhaal

N-14855

Door bezoekers

Mooi verhaal Pa.

Reageer