De oudste motor in Nederland?

Een Hildebrand & Wolfmüller uit 1894

door Frans van Schaik op 9 juli 2015

Aan het eind van de 19e eeuw kocht mijn opa Frans van Schaik uit Rijsbergen een motorfiets van het merk Hildebrand & Wolfmüller die hij tot aan het eind van zijn leven (1961) in bezit heeft gehad.

Franciscus van Schaik werd op 1 juni 1868 in Rijsbergen geboren als zoon van Theodorus van Schaik en Adriana de Koning. Op 31 juli 1900 trouwde hij met Johanna Jacoba van Kuijk, eveneens uit Rijsbergen. Hij had toen al een hele “carriere” achter de rug: op zijn 15e was hij naar de kweekschool in Eindhoven gegaan, waar hij in 1887 zijn diploma had behaald. Maar het zou nog even duren voordat hij daadwerkelijk voor de klas kwam te staan, omdat hij eerst drie jaar zijn moeder ging helpen in haar kruidenierszaak (zijn vader was in 1884 overleden). Maar in 1890 was het zover. Hij zou dat zo’n tien jaar volhouden.

Frans van Schaik was erg geïnteresseerd in alles wat met techniek te maken had. In 1897 kocht hij de al genoemde motor tweedehands van een Dr. Struijcken uit Dordrecht, die de motor in 1895 nieuw gekocht had via de Helmondse importeur Van der Meulen. In 1900 verruilde Van Schaik het onderwijzersvak voor dat van horlogemaker, al beperkte hij zich daar niet toe. Hij verkocht en repareerde namelijk niet alleen horloges (en ook brillen, want hij wist hoe de vork in de steel stak), maar begon ook fietsen te verkopen en te repareren. Dat breidde zich uit met de import, verkoop en reparatie van landbouwwerktuigen.

Autowassen bij garage Van Schaik, Saval (Rijsbergen) Hierdoor kwamen ook auto's in zicht en zijn onderneming groeide uit tot een garagebedrijf annex al die andere zaken. Intussen startte hij samen met de heren Hoppenbrouwers en Sweep ook nog de brandblusapparatenfabriek SAVAL in Rijsbergen.

Mijn vader Joh. van Schaik runde (nog steeds onder de naam Fa. Frans van Schaik & Zoonen) de garage in Zundert. Mijn oom Theo deed de landbouwwerktuigen in Rijsbergen, Antoon de garage in Breda en mijn tante haalde de Fords, Citroëns en Chryslers op in Amsterdam en Den Haag.

Nu verder over de motor. Die was tot 1965, toen de garage in Rijsbergen werd verkocht en de firma werd opgeheven, nog in het bezit van de firma. Na het overlijden van mijn opa in 1961 heeft oom Theo zich ontfermd over de motor met onderdelen en wat er nog meer van over was. Na zijn dood erfde mijn neef (ook Frans geheten, zijn petekind) dit alles.

Foto Kees Koster Na een aantal jaren meldde zich een zekere heer Mellaart uit Scheveningen zich bij mijn neef, omdat hij van de motor had gehoord en deze wilde kopen. Frans was niet zo happig om te verkopen, maar uiteindelijk bood de heer Mellaart zoveel, dat hij overstag ging. Van de opbrengst kon een nieuwe caravan worden gekocht. Na een paar jaar verkocht Mellaart de motor aan een verzamelaar, de heer Posthumus, die hem rond 1980 weer aan een andere liefhebber in Duitsland heeft verkocht.

In 1995 deed Kees Koster uit Soest, die de motor kende uit de verhalen van Posthumus, in Düsseldorf een geslaagde poging de motor weer terug naar Nederland te krijgen. Koster heeft de motor inmiddels volledig gerestaureerd, zie de bijgaande foto’s die hij me heeft toegestuurd.

 

Kenteken bij dit verhaal

N-114

Door bezoekers

Reageer