De eerste Brabantse autofabrikant

Marinus Entrop (1874-1962)

door Frans Kense* op 10 december 2014

Marinus Entrop rond 1920 Het ligt misschien niet voor de hand, maar de eerste Brabander die met succes auto’s heeft gebouwd, werkte vanuit ’s-Gravenmoer. Marinus Entrop bouwde in zijn fietsenfabriek aan de Hoofdstraat 45 niet alleen fietsen. Een advertentie uit 1909 in 'De Kampioen', het verenigingsblad van de ANWB, toont zijn totale productassortiment.

We weten veel over Marinus dankzij interviews in verschillende kranten en zijn aanstekelijke manier van vertellen. Hij begon met allerlei min of meer technische banen als stoker op de tram van Den Bosch naar Helmond, als kraanmachinist bij de uitgraving van de IJzeren Man in Vught en als mecanicien bij een leerlooier in Dongen. Toen hij daar ontslagen werd, begon hij uiteindelijk voor zichzelf, een smederij in ’s-Gravenmoer.

Volgens deze advertentie begon hij in 1906 met de productie van fietsen, merk ’Entrop’. Maar ook wordt hier al een Tricar genoemd. De inspiratie daarvoor had Marinus naar eigen zeggen al lang daarvoor gekregen van het voorbijrijden van Jonkheer Mr. Van Meeuwen uit Den Bosch die in 1898 met zijn pas verworven auto door ‘s-Gravenmoer toerde.

“Het was zo’n ding uit het buitenland, want in Nederland moest de auto nog ‘geboren’ worden. Een koets zonder paarden ervoor die zomaar over de keien hobbelde, nee, dat had nog nooit iemand gezien. Ik ook niet, dat wil ik je wel zeggen. Maar toen ik de wagen zag, zei ik tegen m’n vrouw: ik bouw er ook één. Het werd een hobby voor me. Ik experimenteerde en experimenteerde en tenslotte kon ik zeggen, dat is ie.”

In de zomer van 1907 kreeg Marinus op aanvraag het Brabantse kenteken N-646 toegewezen. Zoals bij de eerste Benz en Dion-Bouton automobielen paste ook Marinus ‘fietswielen’ toe op zijn eerste twee creaties, gezien de brede beschikbaarheid van fietsbanden en om het gewicht te beperken.

rechts de Entrop-tricar N-646 links de luxueuzere tweecilinder-uitvoering In 1909 was er sprake van een dusdanig betrouwbare automobiel, dat hij een verslaggever van de ANWB-Kampioen voor een rondrit uitnodigde. Dat leidde tot een reisverslag in De Kampioen van 24 september 1909 met deze foto.

“We gingen van hier naar Dongen en toen naar Capelle, Dussen, Gorkum, Utrecht, Zeist, Arnhem, Nijmegen en zo weer naar het zuiden terug via Den Bosch. Overal stonden de mensen langs de wegen. Het was me een tocht. ‘s Avonds om tien uur was ik weer thuis. Ik haalde met m’n wagentje een gemiddelde snelheid van zestig kilometer per uur. Vierentwintig liter benzine had ik die dag versnoept [verbruik 1:10] en driekwart liter smeerolie. Ik plaatste een advertentie en in de kortste keren had ik honderdtwintig bestellingen binnen, tot uit Semarang en Amerika toe... Nou, ik heb vier auto’s gemaakt en toen ben ik er mee opgehouden.”

De Entrop-tricar kwam in twee uitvoeringen: de tweepersoonsversie van ca. 200 kg met luchtgekoelde eencilindermotor van ca. 1,6 pk kostte fl. 1.700,- (bijna € 19.000 prijspeil 2013). Daarnaast was er de grotere uitvoering van ca. 325 kg met een luchtgekoelde tweecilindermotor van ca. 3,1 pk.

* Met dank aan Jan Bakker, Arie van Pas en Marius Verhagen;

Dit artikel is eerder en uitgebreider gepubliceerd op de website van de CONAM. Over Entrop zie ook Wikipedia  en de internetkrant Dongen Optimaal.

Kenteken bij dit verhaal

N-646

Door bezoekers

Reageer